Alles

pasar

De Pasar Malam is voor de meeste mensen de reden om weer eens lekker Indonesisch te gaan eten. Ondertussen kun je genieten van een beetje muziek en leuke kraampjes met souvenirtjes uit Azië. Een en al gezelligheid. Maar de voornaamste reden om te gaan, is toch echt het eten. Lekkere koekjes, tropische drankjes, volle borden met verschillende kleuren rijst en allerlei soorten groenten en vlees. De Pasar Malam is eten vreten.

Voor mij is dat ook wel zo. Maar sinds een paar jaar is de Pasar Malam veel meer dan dat. Ik ga wel voor het eten, maar niet alleen omdat ik het lekker vind. Ik geniet wel van de sfeer, de muziek en de kraampjes, maar niet omdat het gezellig is. Vanaf het moment dat ik naar Indonesië ben geweest, is de Pasar Malam voor mij de reden om weer heel even terug te keren naar de zomer van 2010. Die ene zomer dat ik voor het eerst naar de andere kant van de wereld vloog om te ontdekken waar ik nou écht vandaan kom en wie mijn nichtjes en neefjes nou precies zijn.

De muziek die ik daar dan hoor, doet me denken aan de avonden dat ik met mijn nichtjes en neefjes stond te dansen tot ‘s avonds laat. Terwijl de mannen in de zitkamer al rokend dronken worden van jonge jenever, gaan de vrouwen in de woonkamer los op Indonesische muziek. Het doet me denken aan de lange autoritten die me brachten naar de mooiste plekken van de verschillende Indonesische eilanden. Starend naar de blauwe zee terwijl de zon mijn huid nog donkerder maakt en de wind door mijn haren blaast. CD’s die steeds weer opnieuw gedraaid werden.

De leuke kraampjes op de Pasar doen me denken aan de gastvrije mensen op Bali en op de Molukken. Er is altijd eten, er is altijd tijd voor bezoek. Iedereen is welkom en voor iedereen is plek, ook al is het er zo klein.

Het eten doet me denken aan al het lekkers dat ik in die zomer van 2010 heb gegeten. Vis dat ‘s avonds laat gevangen wordt en een uur later op je bord ligt. Zo vers krijg je het normaal gesproken niet. Vruchten die je nichtjes plukken tijdens een wandeling in de jungle. Vruchten waar jij gewoon langsloopt, omdat je ze niet kent. Omdat ze hier in het westen niet voorkomen en nergens verkocht worden. Kokosnoten die neefjes uit metershoge palmbomen halen en koekjes die gemaakt worden met liefde. Die je alleen daar kunt eten en zelfs niet kunt vinden in de toko’s in Nederland.

Het zijn voor mij de redenen om naar de Pasar Malam te gaan. Elk jaar weer. Geen een keer wil ik het missen, hoe duur het ook is. Hoeveel moeite ik ook moet doen om er te komen. Want alles wat ik in die zomer van 2010 ontdekte, vind je een klein beetje op de Pasar Malam. De Pasar Malam is echt niet alleen maar eten vreten. Nee, voor mij is het alles.

Piepjes

girltalk

Vrouwen houden van praten. Vooral als het over gevoelens gaat. Wat gaat er door je heen? Wat voel je? Wat denk je op dit moment? Of het nou grote of kleine dingen zijn, vrouwen praten er maar al te graag over. En lang ook. Uren kunnen ze over hun gevoelens praten. Het gaat maar door en door. Alles wordt uitgebreid besproken en drie keer herhaald. En als het dan eindelijk weer goed voelt, laat de vrouw dat ook merken. “Wat fijn dat ik er met jou over kon praten. Het lucht enorm op!”

Bij mannen ligt het wat ingewikkelder. Of misschien juist makkelijker. Want mannen praten niet gauw over gevoelens. Terwijl de vrouw niet kan stoppen met haar verhaal, heeft de man meer dat idee van ‘laat maar zitten’. Een stuk makkelijker, ja. Want als het er dan uitkomt, is het ook meteen veel ingewikkelder dan bij de vrouw. Het gebeurt niet vaak. Je moet dan wel de juiste man tegenkomen op het juiste moment en praten over het juiste onderwerp, want anders kom je alsnog niet zo ver.

De juiste man? Een dronken man. Het juiste moment? Tijdens een voetbalwedstrijd. Over het juiste onderwerp? Als de ploeg achterstaat of als de wedstrijd om wat voor reden dan ook verstoord wordt.

Ik had laatst het geluk dat ik de juiste man op het juiste moment tegenkwam. De ploeg speelde niet al te best, de man was dronken en daardoor kon hij zonder enige moeite zijn hart luchten. Dat er een vlag voor zijn neus wapperde, zo groot als het halve stadion, was de druppel.

PIEEEPPIEP op met die PIEPvlag van je! PIEP PIEEP PIEEEEEP

Naast hem stond een net zo dronken jongeman voor zich uit te staren. Vergelijk het als een goede vriendin bij wie je je hart kunt luchten, dames. Ze raakten dan ook aan de praat en dat gesprek ging als volgt:

Man 1:PIEP nou op met die vlag!”
Man 2: “Jij moet nu echt je PIEP houden, ja. Als je er last van hebt, ga je maar ergens anders zitten.”
Man 1: “Ze moeten gewoon opPIEPEN met die vlag!”
Man 2: “Nee helemaal niet. Je weet dat je hier staat en dat hier dit soort dingen gebeuren. Als je daar niet tegen kan, ga je maar lekker daar aan de andere kant zitten.”
Man 1: “Jij moet echt je PIEP houden.”
Man 2: “Nee jij moet nu echt even rustig aan gaan doen, ouwe. Jij moet nu écht even rustig aan gaan doen, ja. Als je er last van heb, ga je aan de andere kant zitten.”

Het gesprek ging een eeuwigheid door. Alles werd uitgebreid besproken en vijftig keer herhaald. Zien jullie de overeenkomsten met de vrouw? Ik wel. Maar het enige dat ontbrak, waren de woorden “dat lucht op”. Nee, in plaats daarvan liep de emotionele man gefrustreerd weg. De man was nog steeds zo woest als voor het gesprek. Misschien zelfs gefrustreerder.

En dat is nou precies hét verschil tussen de man en de vrouw: vrouwen zijn na een uur zeuren en klagen klaar. Mannen gaan nog bozer en gefrustreerder weg dan voor het gesprek. En daarom snap ik maar al te goed waarom ze niet willen praten. Laat dat maar aan de vrouw over.

Pin it and Share it (XVII)

Pin&Share17


Bijna een week staar ik al naar mijn nieuwe hardloopschoenen. Wat zijn ze mooi, denk ik bij mezelf. En wat zou ik er maar al te graag op willen lopen.

Ik zou het ook zo kunnen doen, als ik deze week niet was gevallen. Een val voor sukkels. Want over een stoeptegeltje vallen terwijl je naar de bus rent, is een domme val. Maar het heeft er wel voor gezorgd dat ik met een blauwe linkerknie en een kapotte rechterknie (en een krasje op mijn telefoon) op de bank zit. Ik mag en kan niet hardlopen.

En dat is frustrerend. Want op de Nike Plus App zie ik iedereen kilometers maken. De een heeft net zestig kilometer deze maand gelopen. De ander staat in één keer op +21 kilometer vanwege een wedstrijd. En ik moet wachten tot mijn wond geen pijn meer doet. Ik heb geen idee hoelang dat nog gaat duren, maar iedere dag dat ik op de bank zit is voor mij al een dag te lang.

Het is niet eens een ernstige blessure, dat is misschien wel het stomste aan dit alles. Maar ik kan er nu niets meer aan doen, behalve staren naar mijn nieuwe scholen. Ze zijn nog steeds heel erg mooi.